Teladorsagia circumcincta is een lebmaagworm en veroorzaakt teladorsagiose. Dat wordt soms ook wel trichostrongylose genoemd, want het lijkt uiterlijk zeer op de ziekte veroorzaakt door Trichostrongylus soorten. De ziekte is zeer vergelijkbaar met maagdarmwormziekte (ostertagiose) bij het rund. Volwassen wormen worden ongeveer 0,6-1,0 cm lang. Na opname van larven met het gras kruipen die larven eerst in klierbuizen in het slijmvlies van de lebmaag. Anders dan bij Haemonchus contortus ontwikkelen de larven tot rond dag 18 in de klierbuizen en komen er dan als bijna volwassen wormen uit. Daardoor gaan die klierbuizen kapot, waardoor de zuurgraad (pH) in de lebmaag stijgt, er geen pepsine meer kan worden gemaakt en de vertering in de lebmaag verstoord wordt.

Symptomen

Opbouw van weidebesmetting verloopt langzamer dan bij Haemonchus contortus. Verschijnselen worden meestal pas waargenomen in de tweede helft van het jaar, einde zomer en herfst, en zijn vooral verminderde eetlust, het achterblijven in groei en dunnere mest met soms diarree.

Diagnose

De diagnose wordt gesteld aan de hand van de klinische verschijnselen en tijdstip in het jaar. De diagnose is meestal niet specifiek gericht op teladorsagiose, maar meer op ziekte veroorzaakt door ‘maagdarmwormen’. Net als Haemonchus contortus produceert ook Teladorsagia circumcincta zogenaamde strongylus-type eieren (zie voor een foto Haemonchus of mestonderzoek). Zulke eieren worden ook gemaakt door verschillende andere soorten maagdarmwormen. Teladorsagia produceert wel aanmerkelijk minder eieren dan Haemonchus.

Behandeling

Alle geregistreerde wormmiddelen waren of zijn werkzaam tegen alle stadia (larven en volwassen wormen) van Teladorsagia circumcincta. Alleen levamisol is minder goed werkzaam tegen geïnhibeerde larven, dat wil zeggen de larven die gedurende de winter in ruste gegaan zijn als larfje in de wand van de lebmaag.

Tegenwoordig zijn verschillende geregistreerde wormmiddelen verminderd tot helemaal niet meer werkzaam tegen Teladorsagia. Resistentie tegen wormmiddelen komt wel veel meer voor bij Haemonchus. Zie verder wormmiddelen.

Preventie

Voor het effectief voorkomen van teladorsagiose is kennis van de levenscyclus en de eigenschappen van de worm belangrijk. In tegenstelling tot Haemonchus, overwinteren larven van Teladorsagia wel op de weide. De worm overwintert ook als rustende (geïnhibeerde) larve in de wand van de lebmaag, maar dit is voor de overleving van Teladorsagia minder belangrijk dan dat het is voor Haemonchus. Net als bij Haemonchus is verandering in de hormoonhuishouding en een verminderde afweer rond het aflammeren een signaal voor de rustende larven om zich verder te ontwikkelen tot het volwassen stadium (spring rise). Rond het aflammeren en gedurende het zogen scheiden de ooien naast veel Haemonchus eieren ook in mindere mate Teladorsagia eieren uit, zonder dat ze zelf ziek zijn.

Als schapen in het voorjaar op de wei komen, zijn daar al infectieuze Teladorsagia larven aanwezig die hebben overwinterd op de weide. Lammeren worden dus onmiddellijk besmet met Teladorsagia, maar dat is altijd in lage aantallen en leidt niet snel tot ziekte. Eenmaal uitgescheiden eieren (door de ooien direct na inscharen of door de lammeren vanaf 3 weken na inscharen) ontwikkelen tot infectieuze larven op het gras. Anders dan bij Haemonchus duurt dat minimaal 4-5 weken en gaat in voor- en najaar nog langzamer. Dat is dus aanmerkelijk langzamer dan bij Haemonchus. De infectieuze larven kunnen tot enkele maanden overleven gedurende de zomer en, ook anders dan bij Haemonchus, leven langer naarmate het kouder wordt. Infectieuze larven die in het najaar worden opgenomen met het grazen, gaan net als bij Haemonchus in de lebmaag in ruste.

De belangrijkste pijlers waarop preventie gebaseerd is, staan beschreven bij Haemonchus contortus. Juist omdat de ontwikkeling van ei tot infectieuze larve bij Haemonchus veel sneller gaat, wordt de wormbestrijding vooral bepaald door Haemonchus. Daarmee wordt automatisch de besmetting met Teladorsagia laag gehouden.

Voor een uitgebreidere behandeling van de wormbestrijding wordt verwezen naar de betreffende pagina.

Bronnen

  • Janssens P.G., Vercruysse J., Jansen J. (redactie), 1989. Wormen en wormziekten bij mens en huisdier. Samsom Stafleu, Alphen aan den Rijn/Brussel.
  • Vellema P., 2008. Gezonde schapen. Reed Business/Het Schaap, Doetinchem.