Algemeen

Ziekte veroorzaakt door wormen behoort tot de belangrijkste problemen in de schapenhouderij wereldwijd. Wormen zijn parasieten, net als sommige protozoa, insecten en spinachtigen (huidparasieten). Daarnaast komen er zeer vele soorten wormen voor in de vrije natuur die geen parasiet zijn. De wel parasitaire wormen die hier van belang zijn, worden onderverdeeld in drie groepen. Dat zijn rondwormen (Nematoda), lintwormen (Cestoda) en zuigwormen (Trematoda). Lintwormen en zuigwormen worden beide ook wel platwormen genoemd.
Algemene levenscyclus rondwormen - In de omgeving ontwikkelen infectieuze larven, hetzij nadat ze uit het ei gekomen zijn, hetzij deels of geheel in het ei. De infectieuze stadia kunnen lang overleven in de omgeving. Na opname door de gastheer ontwikkelen volwassen wormen. Een eventuele (al of niet toevallige) tussengastheer kunnen ook infectieuze stadia opnemen, maar er ontwikkelen dan geen volwassen wormen. Dat gebeurt meestal pas nadat de eigenlijke gastheer zo'n tussengastheer deels of geheel opeet. Zie bronnen.

Rondwormen (Nematoda)

In Nederland komen vele soorten rondwormen voor. Voor de schapenhouderij zijn verschillende soorten maagdarmwormen verreweg het belangrijkst. Daarnaast komen longwormen veel voor, maar bij schapen in Nederland leiden longwormbesmettingen zelden tot ziekte. Rondwormen zijn van gescheiden geslacht. Er zijn dus zowel mannetjes- als vrouwtjeswormen. De rondwormen bij schapen kunnen tot meerdere centimeters groot worden, afhankelijk van de wormsoort. De levenscyclus van rondwormen is meestal direct, dat wil zeggen dat er geen tussengastheer nodig is zoals bij lintwormen en zuigwormen. Rondwormbesmettingen in het schaap kunnen bestaan uit vele (tien)duizenden wormen in bijvoorbeeld maag of darmen.

Nematoda levenscyclus algemeen web

Algemene levenscyclus rondwormen - In de omgeving ontwikkelen infectieuze larven, hetzij nadat ze uit het ei gekomen zijn, hetzij deels of geheel in het ei. De infectieuze stadia kunnen lang overleven in de omgeving. Na opname door de gastheer ontwikkelen volwassen wormen. Een eventuele (al of niet toevallige) tussengastheer kunnen ook infectieuze stadia opnemen, maar er ontwikkelen dan geen volwassen wormen. Dat gebeurt meestal pas nadat de eigenlijke gastheer zo'n tussengastheer deels of geheel opeet. Zie bronnen.

Lintwormen (Cestoda)

De bij schapen voorkomende lintwormen zijn niet schadelijk voor de gezondheid van het dier. Ze veroorzaken ook geen produktiederving. Lintwormen komen wel veel voor. Lintwormen zijn tweeslachtig (hermafrodiet), net als zuigwormen. Een lintwormbesmetting bij het schaap bestaat meestal maar uit weinig lintwormen (vaak maar één) in de darm, die wel meters lang kunnen worden. Lintwormen, ook net als zuigwormen, kennen in hun levenscyclus een tussengastheer.
Algemene levenscyclus lintwormen - Lintwormen in een eindgastheer produceren eieren die in de omgeving terechtkomen. Die eieren worden opgenomen door een tussengastheer, waarin een blaasworm ontwikkelt. Na deels of geheel opeten van de tussengastheer ontstaat een nieuwe lintworm in de eindgastheer. Zie bronnen.

Cestoda levenscyclus algemeen web

Algemene levenscyclus lintwormen - Lintwormen in een eindgastheer produceren eieren die in de omgeving terechtkomen. Die eieren worden opgenomen door een tussengastheer, waarin een blaasworm ontwikkelt. Na deels of geheel opeten van de tussengastheer ontstaat een nieuwe lintworm in de eindgastheer. Zie bronnen.

Zuigwormen (Trematoda)

Van de zuigwormen zijn in Nederland de grote en de kleine leverbot de bekendsten. De grote leverbot (Fasciola hepatica) veroorzaakt veel problemen in de schapenhouderij. De volwassen grote leverbot kan 4-5 cm groot worden. Zware besmettingen kunnen bestaan uit tientallen tot zelfs honderden wormen in lever en galgangen. De kleine leverbot (Dicrocoelium dendriticum) is veel minder ziekmakend en dientengevolge ook veel minder belangrijk dan de grote leverbot. Zuigwormen zijn in het algemeen tweeslachtig (hermafrodiet). De diergeneeskundig belangrijke zuigwormen hebben altijd een of twee tussengastheren nodig in hun levenscyclus. De eerste (of enige) tussengastheer is altijd een slak.
Algemene levenscyclus zuigwormen - Eieren van een zuigworm komen in de omgeving. Uit het ei komt een larve, miracidium, die snel een geschikte slak moet vinden. In de slak vindt ontwikkeling plaats via enkele stadia. Het laatste stadium, de cercarie, komt vervolgens in de omgeving of in een 2e tussengastheer. In deze fase van de levenscyclus ontstaat het voor de eindgastheer infectieuze stadium, metacercarie. Na opname daarvan ontwikkelt een volwassen zuigworm in de eindgastheer. Zie bronnen.

Trematoda levenscyclus algemeen web

Algemene levenscyclus zuigwormen - Eieren van een zuigworm komen in de omgeving. Uit het ei komt een larve, miracidium, die snel een geschikte slak moet vinden. In de slak vindt ontwikkeling plaats via enkele stadia. Het laatste stadium, de cercarie, komt vervolgens in de omgeving of in een 2e tussengastheer. In deze fase van de levenscyclus ontstaat het voor de eindgastheer infectieuze stadium, metacercarie. Na opname daarvan ontwikkelt een volwassen zuigworm in de eindgastheer. Zie bronnen.

Bestrijding van wormen

Bij schapen, net als bij alle andere diersoorten, komen vele verschillende wormsoorten voor. Of deze wormen schadelijk zijn hangt in belangrijke mate af van het aantal wormen en van de soort. Sommige wormsoorten zijn schadelijker dan andere.

Wormen en hun gastheren zijn vaak al miljoenen jaren samen geëvolueerd. Zij hebben er geen belang bij als de gastheer al te zeer verzwakt of sterft. Van nature heeft ieder schaap wormen. Er is vaak een natuurlijk evenwicht ontstaan tussen aan de ene kant besmetting met nieuwe wormen en aan de andere kant de mate waarin de gastheer groei en levensduur van die wormen beinvloedt. Pas als dit evenwicht verstoord is, treden er problemen op. Dit kan niet alleen gebeuren door een te hoge wormdruk als gevolg van intensieve begrazing maar ook door verzwakking van een dier door andere oorzaken. Ook de introductie van wormen die voorheen niet voorkwamen, kan het delicate evenwicht tussen parasiet en gastheer verstoren. Een andere factor is dat commerciële boeren een zo hoog mogelijke produktie nastreven waarbij wormen ongewenst worden geacht.

Het blijkt vrijwel onmogelijk om een wormsoort uit te roeien. Bovendien geldt voor veel wormsoorten dat een lichte besmetting meestal niet leidt tot ziekte noch produktiederving. Daarentegen leiden lichte besmettingen in de meeste gevallen wel tot ontwikkeling van immuniteit waardoor oudere dieren de wormlast zelf onder controle kunnen houden. Wormbestrijding gaat dus niet zozeer om alle wormen uit te roeien, maar om wormbeheersing. Dit geldt vooral voor besmettingen van rondwormen, waaronder de maagdarmwormen. Wormbestrijding moet er op gericht zijn om de jonge dieren te helpen een natuurlijke weerstand op te bouwen. Al te rigoureus ontwormen van lammeren kan deze weerstandsopbouw verstoren, waardoor de dieren ook op latere leeftijd vatbaar blijven voor wormbesmettingen. Ook lammeren binnenhouden betekent dat ze geen weerstand kunnen opbouwen tegen wormen.

Bronnen

Voor het maken van de algemene levenscycli is gebruik gemaakt van de volgende bronnen:

Taylor M.A., Coop R.L., Wall R.L., 2007. Veterinary parasitology. 3rd Edition, Blackwell Publ.Ltd.
Gronvold J., 1989. Transmission of infective larvae of Ostertagia ostertagi and Cooperia oncophora (Trichostrongyloidea: Nematoda). PhD thesis, The Royal Veterinary and Agricultiral University Copenhagen, Denmark.
Parasite and parasitological resources, http://www.biosci.ohio-state.edu/
http://www.dpd.cdc.gov/dpdx
http://www.cal.vet.upenn.edu/
http://www.k-state.edu/parasitology/625tutorials/Tapeworm03.html
Verschillende cartoons via Google Images ter illustratie van varieteit aan mogelijke (tussen)gastheren.