Ziekte veroorzaakt door verschillende soorten maagdarmwormen.

Symptomen

Er zijn verschillende symptomen: groeivertraging (lammeren doen het niet), diarree (vieze achterhand), verlies van eetlust, slechtere kwaliteit wol, sterfte, bloedarmoede, kaakoedeem (dikke kaken), bleekwitte oogslijmvliezen, dorst.

Niet alle symptomen komen altijd of gelijkertijd voor. Dat hangt af van de vorm van maagdarmwormziekte. Het is belangrijk te weten welke symptomen voorkomen bij welke vorm van maagdarmwormziekte.

Behandeling

De meeste wormmiddelen (anthelmintica) werken in meer of mindere mate tegen alle soorten maagdarmwormen. Er bestaan wel voorkeuren voor een wormmiddel tegen bepaalde wormsoorten. Dit hangt vooral af van de mate van resistentie van een wormsoort tegen bepaalde wormmiddelen.

Preventie

Maatregelen om ziekte te voorkomen hangen voor een deel af van de soort maagdarmworm. In algemene zin betreffen het maatregelen op het gebied van beweiding en behandeling. Zie bij Haemonchus contortus en wormbestrijding voor een beschrijving van beweidingsmaatregelen. Voor een goede preventie is regelmatig mestonderzoek een belangrijk hulpmiddel. Er bestaat een beslisboom wormbestrijding bij schapen, waarmee de individuele schapenhouder zelf een wormbestrijdingsplan kan maken gebaseerd op beweiding en behandeling. Deze beslisboom is te vinden op http://www.wormenwijzer.nl

Daarnaast kunnen schapen worden gefokt op weerstand tegen wormen (genetische selectie tegen wormen). Verder zijn er mogelijkheden in de alternatieve wormbestrijding, waaronder bepaalde gewassen en kruiden met een anthelmintische werking. In Nederland zijn er geen vaccins tegen wormen beschikbaar.

Vormen van maagdarmwormziekte

Er zijn vier belangrijke vormen van maagdarmwormziekte: nematodirose, haemonchose, teladorsagiose en trichostrongylose. Er zijn ziektesymptomen die voor alle vier hetzelfde zijn (bijvoorbeeld gewichtsverlies of slecht groeien). Maar er zijn ook symptomen die wel voorkomen bij de ene vorm van maagdarmwormziekte en niet bij een andere. Zo is hevige dorst een opvallend verschijnsel bij nematodirose. Bloedarmoede, kaakoedeem en bleekwitte oogslijmvliezen zijn kenmerkend voor haemonchose. Verschijnselen bij teladorsagiose en trichostrongylose zijn vrijwel hetzelfde en beide vormen verlopen langzamer en meer sluipend en gaan gepaard met groeivertraging en diarree.

Seizoenen

De vier vormen van maagdarmwormziekte komen in verschillende perioden van het jaar voor. Nematodirose zien we vooral in het begin van het weideseizoen (april-mei). Het kan ook later in de zomer voorkomen bij vooral laat geboren lammeren. Haemonchose zien we vooral vanaf juni tot augustus. Door resistentie tegen wormmiddelen en door veranderingen in het klimaat (langere zomers) wordt haemonchose ook wel eerder en later gezien. Teladorsagiose zien we vooral einde zomer en najaar. Trichostrongylose komt voor in najaar en winter. De laatste twee vormen zijn niet van elkaar te onderscheiden en lopen min of meer in elkaar over.

Gemengde besmettingen

Een schaap is altijd besmet met verschillende soorten maagdarmwormen. Bijvoorbeeld, als er haemonchose is, dan zullen de schapen ook besmet zijn met de wormsoorten die later in het jaar teladorsagiose of trichostrongylose kunnen veroorzaken. En ook andere, minder belangrijke, soorten maagdarmwormen kunnen aanwezig zijn.