Onderzoek naar maatregelen om de leverbotcyclus te doorbreken toont aan dat loopeenden de populatie leverbotslakken Galba truncatula op een besmet perceel significant kan verminderen. Resistentie van de leverbot parasiet tegen triclabendazol (Fasinex) is een groeiend probleem en neemt zeer verontrustende vormen aan. Bij de schapenhouderij veroorzaakt dit vooral ernstige problemen bij de behandeling van “acute leverbot”, wanneer de jonge leverbotlarven via de buik naar de lever migreren en daar grote schade aanrichten, met acuut dode schapen tot gevolg. Het vinden van effectieve maatregelen om de leverbotcyclus te doorbreken is daarom belangrijk. Het inzetten van loopeenden in percelen waar de leverbotslak voorkomt kan een aanvullende maatregel zijn om infecties met leverbot bij schapen en runderen te voorkomen.

320px Loopeenden
 
Loopeenden of Indian Duck Runner

Samenvatting

Een natuurlijke vijand van de slak is de eend. Eenden zijn omnivoren en eten graag insecten, -larven, huisjes- en naaktslakken. Eenden kunnen geen leverbot krijgen en ook niet verder verspreiden. De loopeend of Indian Duck Runner staat bekend als een zeer efficiënte slakkeneter. Dit in tegenstelling tot ganzen (herbivoren), die op de agrarische bedrijven vaak ongewenste grazers zijn. In Nederland en de ons omringende landen worden loopeenden op kleine schaal ingezet bij de bestrijding van naakt- en huisjesslakken in moestuinen en de fruitteelt zoals de blauwe bessen teelt, wijngaarden, shiitake telers etc..

Om de effectiviteit van loopeenden te meten bij de bestrijding van leverbotslakken is het Praktijknetwerk “Leverbot bestrijden met loopeenden” (Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling – “Europa investeert in zijn platteland”), in 2013 en 2014 onderzoek gedaan naar de effectiviteit en praktische mogelijkheden om loopeenden als biologische bestrijder van de leverbotslak in te zetten. De resultaten zijn veelbelovend, loopeenden eten leverbotslakken en de daling van het aantal leverbotslakken op diverse percelen was groot.

Houden van loopeenden

Loopeenden zijn relatief gemakkelijk om te houden. Loopeenden zijn koppel/kuddedieren en hebben een sterk sociaal gedrag. Activiteiten zoals poetsen, fourageren en rusten vindt gezamenlijk plaats. Ook blijven ze binnen een sociale context in de groep. Ze herkennen elkaar precies. Vaste groepjes eenden met één of twee woerden blijven bij elkaar binnen de grote groep eenden.

Loopeenden zijn vrij eenvoudig te trainen. Met het voer, maar ook door vaste handelingen, roepen, of de aanwezigheid van bijvoorbeeld een border collie is het redelijk eenvoudig ze te leiden of te sturen. Het ophokken ’s avonds, als bescherming tegen roofdieren, is eenvoudig, vooral als dit een vast ritueel is en rond dezelfde tijd gebeurd. Ze weten al na een paar dagen waar het nachthok is, lopen gezamenlijk naar binnen, vooral als daar voer te vinden is. Het is belangrijk eenden te beschermen tegen roofdieren, zoals de vos en de marter. Vooral ’s nachts slaan de roofdieren toe. Het hok moet goed afsluitbaar zijn.

Eenden zijn eenvoudig binnen flexibele stroomnetten te houden. Ze kunnen niet zo hoog vliegen dat ze over het net heen vliegen. Maar ook is het goed mogelijk ze los te laten als ze eenmaal de thuisbasis goed kennen en weten waar ze ‘s nachts moeten verblijven.

Eén of twee keer per dag nemen ze een bad om zich te poetsen en het verenkleed op orde te houden, maar ze geven de voorkeur aan een verblijf op het land. Het poetsen van het verenkleed is belangrijk voor de gezondheid van de eend. Hij verspreidt met de typische kopbewegingen het vet uit de stuitklier over de veren waardoor het water niet tot op de huid kan doordringen en niet “lek” kan worden. “Lekke” eenden zijn vatbaarder voor ziekten.

Loopeenden staan bekend om hun uitstekende eiproductie. Gemiddeld leggen ze zo’n 220 – 250 eieren per jaar. De eersten beginnen al in februari te leggen en dat gaat door tot eind november, met een piek in het voorjaar. Ze leggen de eieren niet in een leghok, zoals bij kippen, maar het liefst in een holte in de grond.

Eenden zoeken onder de toplaag van de bodem naar insecten en larven. Dit wordt makkelijker als bij regen de toplaag vochtig en zacht wordt. De eenden zullen met regen vooral van de natte gedeelten van een weide de bovenlaag afzoeken en gaten in de grond maken. Dit is ook een nadeel als veel eenden op één plek zitten; bij veel regen zal een stuk gras of weiland snel een zwarte modderige plek worden.

Loopeenden laten zich eenvoudig hoeden. Ze reageren erg goed op een drijver of een leider met een lange stok, vooral als daaraan een lap stof bevestigd is. De stok wordt naar links of rechts gewezen in tegenovergestelde richting dan waar de eenden heen moeten. Voor de schapenhouders die met een hond de schapen hoeden is het ook goed mogelijk de hond de eenden te laten drijven in een rustig tempo. Vooral felle drijvers zoals sommige Border Collies, moeten leren rustig te drijven en vooral niet te dicht op de eenden te lopen.

Inzet van loopeenden bij het bestrijden van de leverbotslak

Doordat loopeenden hun voedsel vooral vinden op de plaatsen waar het nat en vochtig is, zoals greppels en poelen, zullen ze vooral vanuit het nachthok naar deze gebieden lopen, juist daar waar de leverbotslak zich bevindt. Groepen eenden zullen zo de greppels afzoeken en ´s middags of ´s avonds weer terugkeren naar hun hok. Andere mogelijkheid is om de loopeenden juist op die plekken te zetten waar de leverbotslak gevonden wordt, door ze binnen verplaatsbare schrikdraadnetten of flexinetten te houden, een soort “drukbegrazing”. Dit kunnen schapennetten zijn, maar beter pluimveenetten, waar ook jonge, kleinere eenden zeker niet doorheen kunnen, mocht de stroom er onverhoopt vanaf zijn. Een koppel van 24 eenden kon in twee uur tijd het aantal leverbotslakken in een greppel van 12 meter decimeren. Door een koppel eenden geïntegreerd binnen het bedrijf op te nemen, en jaarrond buiten te laten, kan verondersteld worden hiermee het aantal slakken op het bedrijf significant te verminderen.

Risico’s

Bij wilde eenden kunnen potentieel pathogene bacteriën worden aangetroffen, zoals Campylobacter jejuni, Clostridium perfringens, Streptococcus suis, Bacillus subtilis en Bacillus cereus. Deze pathogenen, die wijdverspreid voorkomen, kunnen mastitis en verwerpen bij het rund en schaap veroorzaken. Bij loopeenden op een huiskavel is nog niet bekend welke pathogenen voorkomen met mogelijke risico’s voor schapen en rundvee. Dit risico dient echter wel afgezet te worden tegenover het bezoek van wilde eenden en ganzen op een perceel.

Ziekten

De belangrijkste problemen hebben te maken met gezwellen en ontstekingen aan de zwemvliezen. Dit is ook bekend bij tamme eenden die onvoldoende zwemwater hebben en veel op het land lopen. Het advies is deze eenden op te hokken zodat ze rust krijgen. Abcessen kunnen geopend worden en eventueel met antibiotica behandeld (let op wachttijd voor consumptie eieren).

Toxinen van blauwgroene algen in het zwemwater

Sommige algen produceren de zogenaamde “Fast Death Factor”. Afhankelijk van het soort toxine in het zwemwater kunnen de eenden zeer snel sterven of sterven met krampen zoals nekstijfheid en teruggeslagen kop. Blauwalgen vormen vooral een risico bij aanhoudend warm weer en in niet natuurlijke vijvertjes waar de waterverversing niet optimaal is. Het zwemwater dient onmiddellijk vervangen te worden en bij voorkeur het bad enige tijd leeg te laten. Voor de aangetaste eenden is geen behandeling mogelijk.

Legnood

Legnood wordt veroorzaakt door een ei dat relatief te groot is, misvormd of verkeerd gelegen is. De eend is rusteloos, vermagert, en duidelijk ziek. De buik zwelt zichtbaar. Bij een ei dat verkeerd ligt kan geprobeerd worden het handmatig weer in normale positie te brengen. Glijmiddel in de cloaca kan hierbij helpen.

Virussen

Het grootste gevaar schuilt waarschijnlijk nog in de mogelijke introductie van het influenzavirus (vogelgriep) van buitenaf, waardoor tevens een ophokplicht en vervoersverbod zou kunnen worden ingesteld voor pluimvee, en dus ook voor loopeenden.

Parasieten

Eenden kunnen geïnfecteerd zijn met verschillende parasieten waaronder trematoden. De leverbot van schapen en runderen is wel gevaarlijk voor zoogdieren maar niet voor vogels zoals eenden. Eenden kunnen geen leverbot krijgen en het ook niet verspreiden.