Blauwtong

Blauwtong is een infectieuze, vectorgebonden virusziekte van herkauwers, die op meerdere plaatsen in de wereld voorkomt. Het virus wordt via een vector (Culicoides-soorten, oftewel knutten) overgebracht van het ene naar het andere dier. De ziekte is vernoemd naar één van de symptomen die als gevolg van deze ziekte kunnen optreden, namelijk de blauwe tong door zuurstoftekort.

Alle herkauwers (o.a. schapen, geiten, runderen, herten, reeën, buffels, kamelen en lama’s) zijn gevoelig voor het blauwtongvirus (BTV). Vooral schapen kunnen ernstig ziek worden en zelfs sterven. Bij andere herkauwers verloopt de ziekte veel milder. De vector verkiest runderen boven schapen om zich te voeden, waardoor runderen een belangrijke rol spelen in de epidemiologie van blauwtong. Omdat runderen het natuurlijk reservoir vormen van het virus, zijn zij zeer geschikt om de aanwezigheid van het virus in een regio aan te tonen.

De ziekte is niet gevaarlijk voor mensen. Dieren die geen herkauwer zijn, lopen ook geen risico. Bijvoorbeeld paarden, pluimvee, varkens, honden en katten worden niet ziek van het blauwtongvirus.

Het virus

Het blauwtongvirus is een RNA-virus uit de familie van de Reoviridae, en van het geslacht Orbivirus. Van het blauwtongvirus zijn 24 typen bekend, die variëren in bijvoorbeeld ziekteverwekkend vermogen en antigene structuur. Tot 2006 kwamen in Europa alleen de serotypen 1, 2, 4, 9 en 16 voor. In 2006 heeft zich in Nederland, België, Duitsland en Frankrijk een uitbraak van blauwtong serotype 8 voorgedaan. Opmerkelijk is dat dit virustype tot 2006 met name voorkwam in Afrika en het Caribische gebied. Het is onduidelijk hoe het blauwtongvirus in 2006 Noord Europa is binnengekomen.

Insleeproutes

Voor de insleep van het blauwtongvirus in een bepaald gebied, werd in eerste instantie alleen rekening gehouden met de import van besmette herkauwers en besmette levende producten van herkauwers (sperma, eicellen, embryo’s). De insleep via besmette knutten bleek ook mogelijk. De European Food and Safety Authority (EFSA) heeft in 2006 een onderzoek gedaan naar blauwtong. In het rapport (Scientific Opinion on Bluetongue) onderscheidt EFSA de volgende insleeproutes, via:

  • besmette herkauwers,
  • import van besmette levende producten van herkauwers (sperma, eicellen en embryo’s),
  • besmette knutten, die zich verspreiden via wind, transportmiddelen, op dieren (herkauwers of niet-herkauwers), verpakkingen of transportmiddel van andere producten (groenten, planten),
  • vervuild of onstabiel vaccin.

Symptomen

Het blauwtongvirus veroorzaakt slijmvliesontstekingen, bloedingen en oedeem. Dit zien we voornamelijk in de tong, lippen en kop van dieren. Het virus vermeerdert zich in bloedvormende organen en in de cellen die de binnenbekleding vormen van bloedvaten. Beschadiging van de bloedvaten leidt tot bloedstolling, bloedingen en oedeem. Als het oedeem ernstig is en het de bloedtoevoer belemmert, kan zuurstoftekort in de weefsels ontstaan met als gevolg een blauwverkleuring, bijv. een blauwe tong. Blauwtong geeft voornamelijk klinische symptomen bij schapen. Bij runderen en geiten verloopt de ziekte meestal zonder symptomen. De klinische symptomen van blauwtong zijn zeer variabel. Bekende symptomen bij schapen zijn:

  • een blauwe tong,
  • koorts,
  • toegenomen speekselproductie,
  • traanogen,
  • waterige neusuitvloeiing,
  • overmatige likbewegingen en kreupelheid.

Diagnostiek

De diagnostiek van blauwtong begint ermee dat de veehouder ziekteverschijnselen opmerkt en de dierenarts waarschuwt. De dierenarts kan op basis van de verschijnselen besluiten dat hij blauwtong niet kan uitsluiten. De veehouder en de dierenarts moeten dit melden aan de Nederlandse Voedsel en Warenautoriteit (NVWA); blauwtong is een aangifte- en bestrijdingsplichtige dierziekte. Afhankelijk van de bevindingen van de dierenarts van de NVWA (officiële dierenarts) wordt materiaal opgestuurd voor diagnostiek. De klinische waarschijnlijkheidsdiagnose wordt bevestigd in het nationaal referentielaboratorium van het CVI te Lelystad.

Behandeling

Preventie

Insecticiden

Het gebruik van insecticiden of repellents bij de beheersing van blauwtong is in wisselende mate effectief. Ervaringen uit het verleden in Nederland en in Zuid Europa hebben geleerd dat het gebruik van insecticiden als algemeen bestrijdingsmiddel om blauwtong uit te roeien of om te voorkomen dat een bedrijf met blauwtong besmet raakt, onvoldoende effectief is. De EFSA bevestigt deze conclusie in het rapport Scientific Opinion on bluetongue, vectors and vaccines. Of het zinvol is om in een bepaalde situatie het structureel gebruik van insecticiden voor te schrijven, is afhankelijk van het type knut en het middel.

De EFSA concludeert in ditzelfde rapport dat het gebruik van insecticiden voor de behandeling van dieren en transportmiddelen voorafgaand aan transport bijvoorbeeld wél effect kan hebben op de verspreiding van blauwtong. Het gebruik van insecticiden voorafgaand aan transport, zal bij een uitbraak van blauwtong één van de voorwaarden zijn waaronder vervoer van dieren tussen gebieden mogelijk is.

Vaccinatie

Vaccinatie is het meest effectieve middel ter beheersing van blauwtong. Gevaccineerde dieren bouwen weerstand op en er is een hogere dosis virus nodig om tot een besmetting te leiden. Bovendien wordt de kans verminderd dat gevaccineerde dieren ziek worden en dat ze knutten infecteren met virus. Door vaccinatie wordt de cyclus van het virus tussen knut en herkauwer doorbroken. In theorie zou door het vaccineren van een groot deel van alle herkauwers zowel de herkauwers als de knuttenpopulatie virusvrij gemaakt kunnen worden. Bij een endemische situatie gaat het in principe om een vrijwillige vaccinatiecampagne.

Referenties

Concept Beleidsdraaiboek Blauwtong versie 3.0