Introductie

Schapen wolschurft webSchurft wordt veroorzaakt door mijten. Mijten zijn kleine spinachtigen die met het blote oog niet zichtbaar zijn. De drie bekendste soorten schurft bij het schaap zijn wol- of lichaamsschurft (Psoroptes ovis), kopschurft (Sarcoptes ovis) en poot- of beenschurft (Chorioptes ovis). Kopschurft komt in Nederland niet of weinig voor. Pootschurft komt wel frequent voor in Nederland maar veroorzaakt over het algemeen weinig klachten. De belangrijkste vorm van schurft bij schapen is wolschurft. Wolschurft veroorzaakt heftige jeuk, woluitval en huidafwijkingen. Vooral in de wintermaanden worden de mijten actiever. Door gestoorde voeropname treedt conditieverlies op. Bij ernstig aangetaste schapen raakt de huid verdikt en met een dikke korst bedekt. Ook kunnen uitgebreide secundaire bacteriële infecties van de huid optreden. Uiteindelijk kan sterfte optreden. Schurft schaadt het welzijn en de productiviteit van het schaap ernstig. Wolschurft wordt nogal eens verward met wolluis.

Symptomen

Wolschurft

De schapen zijn onrustig en schuren zich door de jeuk aan palen, hekken of bomen. Aan de afrastering hangen plukken wol. De schapen bijten in de huid, slaan met de kop naar achteren en uit de vacht hangen plukken wol. Op de huid zijn in eerste instantie geen afwijkingen te zien. Psoroptes ovis doorboort niet de huid maar voedt zich met talg, losgelaten huidcellen en op de huid voorkomende bacteriën. De jeuk die ontstaat komt vooral door een allergische reactie van de huid op de ontlasting van de mijt. Hierdoor ontstaan kleine, jeukende blaasjes gevuld met helder waterig vocht die openbarsten en met het opdrogen circa 1 cm grote, gelige schilfers vormt (typische “cornflakes”-achtige structuren). De schilfers worden later donkerder en komen van de huid af met wolresten. De schilfers met mijtenontlasting blijven irriteren zolang er contact is met de huid.

Met de toename van het aantal mijten en de allergische reactie van de huid wordt de jeuk ernstiger. De schapen bijten en schuren zich langere tijd, vaker en heftiger. Met de achterpoten krabben ze op de huid. Door met de hand op de rug te krabben kunnen aangetaste dieren extatisch reageren; ze blijven genoeglijk staan (met het typische knabbelen met de bek), trekken de kop achterover of vallen er zelfs van om. Naarmate de ernst toeneemt en het jeuken meer tijd in beslag neemt, wordt minder tijd besteed aan eten, liggen en herkauwen. De conditie gaat achteruit. Kale plekken ontstaan met een open bloedende huid. De ontstoken huid verdikt waardoor de mijten de randen van de huidbeschadigingen opzoeken om zich te voeden. De aangetaste plekken breiden zich daardoor uit. Terwijl in een beginstadium vooral de rug, het lendengebied en de schoft aangetast worden, breidt de infectie zich, indien onbehandeld, uit over het hele lichaam tot aan de kop en de staart toe. Wolschurftmijten kunnen zich op het schaap verborgen houden in en rond de oren zonder noemenswaardige symptomen. Schurft is een “winter”ziekte met de meeste gevallen tussen september en april. Dit neemt niet weg dat wolschurft zich ook in de zomer kan manifesteren op schapen die niet geschoren zijn. Het scheren van schapen verandert het microklimaat op het schaap waardoor de mijt uitdroogt en het aantal actieve mijten vermindert.

Mijtenpopulaties kunnen verschillen in snelheid en mate van schurftontwikkeling: sommige populaties vermenigvuldigen zich sneller en veroorzaken meer jeuk. Zo kan het voorkomen dat een schaap in 8 tot 10 maanden matige schurft ontwikkelt, en dat bij andere kuddes de schapen in slechts 4 tot 5 weken geheel onder de ernstige schurft kunnen zitten.

Schapen schurft web

Huidverandering bij wolschurft

Pootschurft

De mijt Chorioptes (b)ovis is de veroorzaker van pootschurft bij schapen. Chorioptes heeft de voorkeur voor de onbewolde delen, en speciaal de achterpoten in het gebied rond de bijklauwtjes of lager. Bij rammen kan ook het scrotum aangetast worden. Chorioptes voedt zich met huidcellen. De huid reageert met een allergische reactie op de mijt of mijtproducten leidend tot een ontstoken huid. Alhoewel deze mijt veelvuldig voorkomt, uit pootschurft zich maar bij een klein percentage van de schapen. De verschijnselen zijn jeuk, bruin gelige korstvorming, stampen met de poten en bijten op de poten. Pootschurft komt meer voor op stal dan in de wei.

Kopschurft

Sarcoptes scabiei var. ovis is de veroorzaker van kopschurft. Sarcoptes speelt in Nederland bij het schaap geen rol. De mijt heeft een voorkeur voor de licht behaarde delen van de kop zoals oren, lippen en voorste deel van de kop. De huid raakt ontstoken en bedekt met korsten.

Diagnose

Bij jeukende, schurende schapen met gelige schilfering op de huid dient altijd aan schurft gedacht te worden. De diagnose wolschurft is met zekerheid te stellen door de Psoroptes ovis mijt met microscopisch onderzoek aan te tonen. Hiertoe wordt de wol op de rand van de aangetaste huid kortgeknipt. Met een (scalpel) mesje, met daarop een druppeltje (zonnebloem) olie, wordt de huid oppervlakkig afgekrabd. Het mesje daartoe in een scherpe hoek ten opzichte van de huid houden. Het is niet nodig de huid tot bloedens toe af te krabben zoals bij de diagnose van Sarcoptes ovis. Het afgekrabde materiaal overbrengen op een voorwerpglaasje om vervolgens direct onder de (prepareer- of licht-) microscoop te onderzoeken (vergroting 40x).

Psoroptes ovis

Microscopie Psoroptes ovis

Behandeling

Hoe langer het schaap schurft heeft des te lastiger is het om het kwijt te raken en des te groter de schade door vermagering van de ooien en verlies van lammeren. Snelle behandeling is zeer aan te raden vooral vóór het opstallen en vóór het aflammerseizoen, waarbij de dieren intensief contact hebben en de schurft zich kan verspreiden naar andere schapen. Voor de behandeling van schurft kan gebruik gemaakt worden van dompelbaden of inspuitbare, systemisch werkende, macrocyclische lactonen. Dompelbaden lijken het meest effectief bij de bestrijding van wolschurft. Bij secundaire bacteriële infectie van de huid dienen individuele dieren met antibiotica behandeld te worden.

Dompelbaden

Bij het gebruik van dompelbaden ter bestrijding van wolschurft dient het volgende te worden gevolgd:

Schapen minstens 60 seconden in het bad onderdompelen, met de kop tweemaal onder. De schapen goed laten bewegen zodat de vloeistof diep in de vacht en tot op de huid kan komen. Bij lange wol de schapen langer dompelen. Alle dieren van de kudde behandelen. De schapen nemen bij het verlaten van het bad veel badwater mee, vooral bij lange wol. Dit water terug laten vloeien in het bad uit milieu oogpunt en om excessief verlies van dompelvloeistof te voorkomen.

De wasmiddelen vertonen het verschijnsel dat aangegeven wordt met “stripping”. Tijdens het onderdompelen daalt de concentratie (lipofiele) werkzame stof in de dompelvloeistof omdat deze aan de wol of wolvet hecht. Bij lange wol wordt meer werkzame stof dan water aan het bad onttrokken. Uiteindelijk blijft dan bijna alleen water over. Aanvullen van het bad tijdens het dompelen dient daarom met een hogere concentratie werkzame stof te gebeuren.

Het heeft de voorkeur om de schapen drie tot vier weken na het scheren te dompelen met een wollengte van 2 tot 3cm: de mijtenpopulatie is dan afgenomen, er is geen onnodig veel verlies van werkzame stof uit het bad, de huid wordt beter bereikt en er is enige wollengte om de werkzame stof te binden.

In Nederland worden voor de toepassing in dompelbaden zowel diazinon (organofosfaat, Neocidol, Nederlandse registratie voor gebruik bij myiasis) en phoxim (organothiofosfaat, Byemite, Nederlandse registratie voor gebruik bij bloedluis van kippen) gebruikt. Beide middelen kunnen via de dierenarts onder de cascaderegeling toegepast worden. Sebacil, identiek aan Byemite, is alleen in België geregistreerd voor het gebruik in dompelbaden voor schapen. Officieel dienen in Nederland Nederlands geregistreerde diergeneesmiddelen gebruikt te worden indien deze beschikbaar zijn.

De concentratie Neocidol voor het dompelbad:

Opvulling: 0.5 liter Neocidol of 1 liter Byemite met 1000 liter water vermengen. Naargelang het volume van het dompelbad, de benodigde hoeveelheid eerst in 10-20 liter water vermengen; daarna deze emulsie in het dompelbad gieten en krachtig roeren. Het bad moet opnieuw bijgevuld worden zodra het volume met 10 a 20% afgenomen is.

Bijvulling dompelbad: 0.5 liter Neocidol of 1 liter Byemite per 500 liter water (eerst in 10 liter water vermengen, zoals hierboven vermeld).

Tweemaal behandelen met 7 tot 10 dagen tussentijd (schurft door Chorioptes en Psoroptes) of 11 dagen tussentijd (schurft door Sarcoptes).

Literatuur vermeldt dat de organofosfaat diazinon (Neocidol) een nawerking heeft van 3 weken indien toegepast op wol van minstens 1 cm lengte.

Verwijdering van de oplossing: toevoeging van gebluste kalk (1 kg per 100 liter badwater, doch dosis te verhogen in verhouding met de vervuiling van de oplossing), goed omroeren en gedurende een nacht laten inwerken; ofwel de oplossing gedurende 7 dagen laten staan, op de weide verspreiden op ruime afstand van waterlopen en 14 dagen wachten voor dieren toe te laten). Deze middelen zijn sterk toxisch voor vissen, aquatische invertebraten en insecten.

Het gebruikte badwater na meer dan drie dagen niet opnieuw gebruiken. Bovendien is door bacteriegroei in het water het risico aanwezig dat zich na het onderdompelen ernstige klauwproblemen ontstaan ten gevolge van Erysipelotrix rhusiopathiae (vlekziekte).

De aanwijzingen van de fabrikant nauwkeurig opvolgen betreffende eigen veiligheid (beschermende kleding en handschoenen), wachttijden en periode voor het scheren. Mijten kunnen resistentie ontwikkelen ten aanzien van organofosfaten zoals diazinon en phoxim. Bij beide producten lijkt in Nederland geen sprake te zijn. Organofosfaten zijn over het algemeen vrij instabiel. Vooral in zwak alkalisch milieu treedt er een snelle hydrolyse op, waarbij de werkzaamheid en de toxische eigenschappen meestal verloren gaan. Dit geldt niet voor diazinon, waaruit het zeer toxische tetraethylmonothiopyrofosfaat ontstaat.

Systemische endectociden

Deze middelen (macrocyclische lactonen) vinden toepassing bij de bestrijding van zowel ectoparasieten als van endoparasieten. In Nederland toegepaste injecteerbare diergeneesmiddelen ter bestrijding van Psoroptes ovis zijn Dectomax (met als werkzaam bestandmiddel doramectine) en Ivomec (ivermectine). Het is bij beide middelen belangrijk goed op gewicht te doseren. In de praktijk blijkt de werkzaamheid tegen schurftmijten niet volledig bij het gebruik van ivermectine. Bij het gebruik van Dectomax wordt aangeraden indien de klinische verschijnselen van een infectie met P. ovis (jeuk, vochtige korsten) binnen 14 dagen na toediening niet zijn verdwenen, de behandeling met Dectomax te herhalen. Over het algemeen duurt het na een injectie langer voordat de symptomen (jeuk) verminderen dan na een dompelbad.

Algemeen

Behandel alle op het bedrijf aanwezige dieren tegelijkertijd. Geen schapen overslaan. Buiten het schaap kan wolschurft 15 tot 17 dagen overleven in wolresten aan bijvoorbeeld afrastering of ruiven. Plaats de dieren daarom na behandeling in schone ruimten of percelen. Vermijd contact met aangrenzend besmette afrastering of hekwerk. Vermijd contact met besmette kleding, aanhangwagens, hekwerk, lammerhokjes etcetera. Laat als dat praktisch mogelijk is besmette stallen 3 weken leeg staan. Het succes van behandelen hangt ook af van de zorgvuldigheid om het contact met besmette ruimten en materialen te voorkomen.

Een behandeling tegen schurft doodt niet de eitjes van de schurftmijten. Een herhalingsbehandeling is bij het gebruik van middelen met een korte nawerking noodzakelijk om ook de mijten uit deze eitjes aan te pakken.

Aanvankelijk neemt het jeuken na behandeling nauwelijks af. Pas nadat de wol verder van de huid is afgegroeid waardoor de huid geen direct contact meer maakt met de mijtenontlasting. verdwijnt de jeuk.

Dompelen kan onder winterse omstandigheden mits de schapen na dompelen beschutting krijgen. Het dompelen van jonge lammeren wordt afgeraden vanwege grote kans op uitval door de koude shock of stress. Bij hoogdrachtige dieren bestaat het risico op slepende melkziekte en verwerpen. Beperk bij deze dieren de stress en de voeronthouding tijdens behandeling tot een minimum. Regenval spoelt de werkzame stof uit de wol. Aangeraden wordt te dompelen bij droog weer.

Zogende lammeren slechts dan bij net gedompelde schapen toelaten als vacht en met name uier droog zijn, om vergiftigingsverschijnselen bij de lammeren te voorkomen.

Scheren alleen is niet voldoende om schurft kwijt te raken. Wel kunnen de symptomen verminderen. Het scheren van besmette dieren kan verspreiding via de scheerder of de scheerapparatuur de mijten over ander schapen verspreiden. In Nederland bestaat de mogelijkheid om mobiele dompelwagens al of niet met gespecialiseerde teams in te huren om het werk uit te voeren.

waswagen web

Waswagen Wijlhuizen, foto: Peter Roeks

Preventie

Veruit de belangrijkste oorzaak voor insleep van schurft in een koppel komt door aanvoer van besmette schapen, bijvoorbeeld door aankoop of huur van dekrammen. Naast diercontact kan insleep van schurft ook optreden via gedeelde afrasteringen, hokken, scheerders, kleding, scanners of veetransportmiddelen waarin eerder besmette dieren zijn vervoerd. Vachtinspectie, controle op jeuk en een quarantaine periode van 3 weken zijn minimale maatregelen voor alle nieuwe aanvoer. Een preventief dompelbad bij aankomst op het bedrijf geeft de meeste vrijwaring van insleep. Dit geldt ook bij terugkeer van keuringsdieren, uitbesteed fokmateriaal of (onverhoeds) contact met besmette koppels. Een andere besmettingsroute kunnen kauwen (of andere vogels) zijn, die wol of insecten uit vachten pikken en de schurftmijt via hun poten over andere schapen verspreiden.

Bronnen

Compendium of Animal Health & Welfare in Organic Farming, Duchy College, Cornwall with VEERU at The University of Reading and The Faculty of Veterinary Medicine, University of Glasgow , UK.

Diseases of Sheep. Aitken, I.D. 2007

Gezonde Schapen. Vellema, P. 2008

Handboek Schapeziekten. Vellema, P., de Lange, L.J. 1994