SchapeluisvliegIntroductie

Schapen met schapeluisvliegen (Melophagus ovinus) zijn onrustig en hebben jeuk. De parasiet is gemakkelijk met het blote oog in de vacht te zien.

Symptomen

Schapeluisvliegen zijn vleugelloze, harige vliegen die bloed zuigen. Uiterlijk lijken ze op teken waardoor ze ook wel de schapeteken genoemd worden. Teken zetten zich echter in de huid vast om bloed te zuigen in tegenstelling tot de schapeluisvlieg. Volwassen schapeluisvliegen zijn rood-bruine insecten, 3-7 mm groot met een kleine, brede kop met duidelijke monddelen. Schapeluisvliegen hebben voorkeur voor de bewolde nek, schouders en buik. Ze bevinden zich minder op de rug.

Grote aantallen volwassen schapeluisvliegen veroorzaken onrust; de schapen bijten zich, stampen met de poten of schuren zich met de aangetaste lichaamsdelen. De onrust veroorzaakt conditieverlies. De wol raakt bevuilt, “mottig”, en verkleurt door de excreta/ontlasting van de schapeluisvlieg. Op de huid ontstaan harde knobbeltjes. Doordat de schapeluisvliegen bloed zuigen kunnen grote aantallen bloedarmoede veroorzaken. Ze kunnen ook ziekten zoals blauwtong overbrengen.

De hele cyclus speelt zich af op het schaap. Volwassen vrouwtjes zijn levendbarend die het popstadium met larve aan de woldraden vastzet. Deze poppen kunnen in de wol gezien worden als 3 mm grote bruinrode tonnetjes (bij teken zijn deze poppen niet aanwezig). Tijdens haar leven van 4-5 maanden, worden zo’n 15 larven afgezet, voor een insect een vrij langzame vermenigvuldiging. Het aantal schapeluisvliegen stijgt in de herfst en winter. Door scheren en zonlicht neemt het aantal af. Buiten het schaap kan de schapeluisvlieg 4 dagen overleven. Vooral door nauw contact kan de parasiet overgaan van het ene naar het andere schaap. Ook uit geschoren wol met schapeluisvliegen kunnen de insecten kruipen op zoek naar een nieuwe gastheer. In koppels met lammeren kunnen soms grote aantallen schapeluisvliegen op slechts enkele lammeren zitten.

Diagnose

Jeuk en onrust bij de schapen en het vinden van de 3-7 mm platte rood bruine schapeluisvliegen in de wol, maken de diagnose relatief eenvoudig.

Behandeling

Voor de behandeling van schapeluisvliegen bij schapen is in Nederland Butox pour on (met werkzame stof deltamethrin) geregistreerd. Richtlijnen op de bijsluiter goed opvolgen. Behandeling na het scheren is de beste methode, vooral als de schapen op stal blijven. Met het scheren van de schapen worden de meeste schapeluisvliegen verwijdert. Na een paar weken is er weer voldoende wolgroei om de werkzame stof deltamethrin goed te binden.

Uit de geschoren wol kunnen de schapeluisvliegen kruipen, houd daar rekening mee.

Schapeluisvliegen zijn ook gevoelig voor organosfosfaten (diazinon, phoxim) of injecteerbare macrocyclische lactonen (doramectine- Dectomax). Voor meer informatie wordt verwezen naar “wolschurft”.

Preventie

Het controleren van de schapen op schapeluisvliegen en zo mogelijk na het scheren behandelen. Inspectie en eventueel behandelen van nieuwe schapen (dekrammen) vóórdat ze bij de kudde worden geplaatst.

Bronnen

Diseases of Sheep. Aitken, I.D. 2007

Gezonde Schapen. Vellema, P. 2008

Handboek Schapeziekten. Vellema, P., de Lange, L.J. 1994