Tussenklauwontsteking en rotkreupel

Tussenklauwontsteking en rotkreupel leiden tot kreupelheid bij het schaap en worden veroorzaakt door een combinatie van de bacterien Fusobacterium necrophorum en Dichelobactor nodosus. Een milde (of ‘goedaardige’) vorm van rotkreupel kan ook beperkt blijven tot aantasting van de tussenklauwspleet en op basis van klinische verschijnselen is niet vast te stellen of het dan alleen om tussenklauwontsteking of al om rotkreupel gaat. De twee aandoeningen zullen daarom hier samen besproken worden.

Oorzaak

De bacterie Fusobacterium necrophorum is altijd op of in de omgeving van schapen en ander vee te vinden en wordt ook vaak gevonden in andere wondjes of gewoon gezonde klauwhuid. Het is dus niet mogelijk ‘vrij’ te worden van deze bacterie.

De bacterie Dichelobacter nodosus overleeft slecht buiten het schaap (ongeveer twee weken, langer in klauwhoornresten van bekappen) en wordt vaak in een koppel geïntroduceerd via aangekochte schapen of een dekram. In koppels die al langer last hebben van rotkreupel overleeft de bacterie op de klauwen van sommige schapen, zonder dat zij daar op dat moment last van hebben (dragers). Het is wel mogelijk om vrij te worden van deze bacterie.

Symptomen

Een infectie in de koppel leidt tot kreupelheid van soms één maar vaak meerdere schapen. In de milde vorm wordt bij inspectie van de tussenklauwhuid een kale, rood gezwollen huid gezien met een vochtig grijswit beslag. Vaak begint de ontsteking net aan de achterzijde van de tussenklauwhuid richting balhuid. Hoewel dit er niet heel ernstig uit hoeft te zien kan ook dit stadium zeer pijnlijk zijn voor het schaap waardoor ze kreupel lopen.

Als de infectie ernstiger is of als er sprake is van een infectie met een ‘kwaadaardige’ vorm van rotkreupel kan deze infectie van de tussenklauwspleet zich uitbreiden naar de zool van de klauwtjes. Hierbij laat (vaak symmetrisch op beide klauwtjes) de zool los van het onderliggende weefsel, hierbij komt een vrij typische geur vrij. Als deze losse hoorn wordt opgetild kijk je direct op het levende weefsel van de zool. Bij ernstige gevallen komt de gehele zool los te liggen.

Bij chronische gevallen of gevallen die niet snel behandeld worden treedt uiteindelijk vervorming van de klauw op, deze wordt vaak eerst breder door de ontsteking en later groeit de hoorn van de klauw op een ongelijke, ruwe manier waardoor de vorm van de klauw afwijkt van normaal.

Over het algemeen zien we tussenklauwontsteking vaker bij lammeren en rotkreupel vaker bij oudere dieren, het is nog niet duidelijk waarom dit is. In koppels die de rotkreupel goed onder controle krijgen wordt vaak een grote afname gezien van het aantal gevallen van tussenklauwontsteking.

Risicofactoren

Temperatuur

Dichelobacter kan zich slecht vermeerderen bij koudere temperaturen, bij het stijgen van de temperatuur in het voorjaar beginnen vaak de problemen. Daarentegen is de temperatuur in een stal zeer geschikt en bij schapen die opgestald worden kan juist de stal periode voor problemen zorgen.

Vochtigheid

Bij veel regen en/of vochtige weiden verweekt de tussenklauwhuid waardoor de bacteriën makkelijker een huidinfectie kunnen veroorzaken. Ook bij aanwezigheid van aarde tussen de klauwen bij bijvoorbeeld kleigronden krijgt de huid geen kans te drogen met verweking van de huid en vermindering van de weerstand van de huid tot gevolg. Daarnaast vermeerderd met name Dichelobacter juist in een vochtige omgeving, hierdoor zijn vochtig omstandigheden extra risicovol.

Mechanisch trauma

Het weiden van schapen op ruwe stoppel of harde stengels kunnen wondjes veroorzaken waarin een bacteriële infectie makkelijker kan optreden.

Rasgevoeligheid en genetische predispositie

Het is bekend dat bepaalde rassen en individuele schapen binnen een ras gevoeliger zijn voor tussenklauwontstekingen en rotkreupel. Het kan dus heel goed dat een bepaalde familie binnen een koppel altijd problemen heeft en een ander nooit. Fokken met dieren die juist nooit last hebben kan zeker positief werken.

Diagnose

De diagnose wordt gesteld door inspectie van de klauwen. Eventueel kunnen er bij verschillende laboratoria swabs ingestuurd worden om de bacterie daadwerkelijk aan te tonen.

Behandeling

Als er alleen sprake is van tussenklauwontsteking kan soms spontane genezing optreden als schapen naar een droge, schone wei verplaatst worden. Dit is echter vaak niet praktisch uitvoerbaar.

Behandeling van enkele dieren met tussenklauwontsteking kan door het schoonmaken van de tussenklauwspleet en de tussenklauwhuid op drie opeenvolgende dagen te sprayen met antibiotica (oxytetracycline) spray. Als de kreupelheid een koppel probleem is, is het aan te raden de kudde op drie opeenvolgende dagen door een voetbad te laten lopen (zie verder). Het is aan te raden om de dieren daarna naar een weide te verplaatsen waar minstens 2 weken geen andere herkauwers gelopen hebben zodat een herinfectie met Dichelobacter kan worden voorkomen.

Als er sprake is van aantasting van de hoorn van de klauwtjes is er zeker sprake van een infectie met Dichelobacter nodosus en is een andere aanpak nodig. Voorheen werd geadviseerd de dieren goed te bekappen en dan de klauw te sprayen met oxytetracycline spray. Het is echter gebleken dat het bekappen van de aangetaste klauw het genezingsproces juist vertraagd. Het nieuwe advies is nadrukkelijk om de klauw niet te bekappen maar schoon te maken en het dier te behandelen met een antibiotica injectie. De beste resultaten worden meestal geboekt met een injectie (langwerkende) oxytetracycline. Het sprayen van de klauwen met oxytetracycline spray is nog steeds aan te raden maar is niet voldoende als behandeling. Klauwen van dieren die niet bekapt zijn maar wel een antibiotica injectie hebben gehad genezen tot 1,5x zo snel als klauwen van dieren die wel bekapt zijn.

Van belang bij alle vormen van rotkreupel is dat er snel behandeld wordt. Elke dag dat een dier zichtbaar kreupel is vormt hij of zij een grote bron van besmetting voor de overige dieren. Het is te adviseren kreupele dieren uit de koppel te halen en pas nadat ze genezen zijn weer bij de koppel te plaatsen. Bij ernstige gevallen van rotkreupel met uitgebreide aantasting van de zool kan het nodig zijn de antibiotica injectie te herhalen. Met name als het om hoogdrachtige ooien, rammen die moeten dekken of ooien met jonge lammeren gaat, is het behandelen met een pijnstiller ook aan te raden om de dieren in goede conditie te houden.

Dragers

Het is bekend dat er binnen een koppel vaak ‘dragers’ rond lopen, dieren die niet altijd zelf last hebben maar wel de koppel besmetten. Dit zijn vaak dieren die in eerste instantie goed reageren op behandeling maar na een aantal weken of maanden weer kreupel worden. Bij een koppelprobleem zijn dit de dieren die het probleem keer op keer weer op doen laaien. Het advies is daarom om goed te noteren welk schaap wanneer behandeld is en als ze meer dan twee behandelingen nodig heeft, haar af te voeren. Om van een koppelprobleem af te komen, is dit een noodzakelijke stap in het plan van aanpak!

Vaccinatie

Er is een vaccin beschikbaar tegen rotkreupel in Nederland. Dit vaccin kan ingezet worden als er sprake is van een ernstige uitbraak of ter preventie. De werkzaamheid van het vaccin na de basisenting (2x) is vaak maar 4-6 maanden en moet daarom regelmatig herhaald worden. Er zijn alternatieve vaccinatie schema’s mogelijk in overleg met uw dierenarts, gericht op de risicomomenten voor uw koppel (bijvoorbeeld inscharen van rammen of opstallen van de ooien).

Voetbaden

Voetbaden kunnen zeker bijdrage aan een snellere koppelgenezing of gebruikt worden om een koppel vrij te krijgen van rotkreupel. Om een voetbad goed te laten werken en het geen ‘besmettingsbak’ te laten worden is het belangrijk dat het voetenbaden op de juiste manier uitgevoerd wordt. Ten eerste is het van belang dat de klauwen redelijk schoon zijn vóór het betreden van de voetbaden. Enerzijds kan de werkzame stof beter de tussenklauwhuid bereiken, anderzijds voorkomt dit sterke vervuiling van het voetbad en daarmee vermindering van de werkzaamheid van het voetbad. In de praktijk laten schapenhouders de schapen over een schone droge harde ondergrond lopen of over een grindpad vóór het voetbad in te gaan. Ook zijn voor dit doel speciale borstelmatten te koop.

Afhankelijk van het product dat u gebruikt hoeven de schapen er alleen maar doorheen te lopen of enkele minuten in te blijven staan. Lees daarom goed de gebruiksaanwijzing van het product.

De dieren moeten na afloop minstens 30 minuten op een hard schone ondergrond kunnen staan om de klauwen te laten drogen. Als ze meteen weer de weide in gaan worden de werkzame stoffen van het klauwbad er meteen weer afgelopen.

Voetbaden als enige behandeling van rotkreupel is af te raden, ernstig kreupele dieren tillen vaak juist de kreupele poot op en sommige baden zijn pijnlijk op de open zool dus juist deze dieren worden door een voetbad niet behandeld.

Preventie

Als u geen rotkreupel in de koppel heeft is het erg belangrijk om te voorkomen dat het binnen gebracht wordt met aangekochte of geleende dieren. Inspecteer alle aan te kopen dieren op de plek van herkomst om te kijken of ze niet kreupel zijn en inspecteer bij voorkeur ook de pootjes. Voordat ze bij u op stal komen kunt u ze eerst door een voetbad laten lopen om ze vervolgens minstens 2-4 weken in quarantaine te houden. Plan het aankopen van bijvoorbeeld een dekram dus tijdig zodat u hier de tijd voor heeft!

Gelet op de risicofactoren kunt u ter preventie zorg dragen voor het voorkomen van modderige looppaden, doorgangen en rond voer- en drinkbakken. Daarnaast is het snel behandelen en isoleren van het eerste geval erg effectief ter voorkoming van verspreiding door de koppel {Wassink, 2010, A within farm clinical trial to compare two treatments (parenteral antibacterials and hoof trimming) for sheep lame with footrot}. Vaccinatie zoals boven genoemd kan ook als preventief middel ingezet worden.

Als laatste zijn gezonde, in goede conditie verkerende dieren beter bestand tegen een infectie. Leverbot-, worm- en coccidiose infecties kunnen er bijvoorbeeld voor zorgen dat de dieren gevoeliger zijn voor andere infecties. {Wassink, 2010, A within farm clinical trial to compare two treatments (parenteral antibacterials and hoof trimming) for sheep lame with footrot}

Bronnen

Compendium of Animal Health & Welfare in Organic Farming, Duchy College, Cornwall with VEERU at The University of Reading and The Faculty of Veterinary Medicine, University of Glasgow , UK.

Diseases of Sheep. Aitken, I.D. 2007 {Green, 2007, Looking after the individual to reduce disease in the flock: A binomial mixed effects model investigating the impact of individual sheep management of footrot and interdigital dermatitis in a prospective longitudinal study on one farm}

Wassink GJ, King EM, Grogono-Thomas R, Brown JC, Moore LJ, Green LE. A within farm clinical trial to compare two treatments (parenteral antibacterials and hoof trimming) for sheep lame with footrot. Preventive Veterinary Medicine. 2010;96(1–2):93-103.

Kaler J, Green LE. Farmers’ practices and factors associated with the prevalence of all lameness and lameness attributed to interdigital dermatitis and footrot in sheep flocks in England in 2004. Preventive Veterinary Medicine. 2009;92(1–2):52-9.

Winter AC. Lameness in sheep. Small Ruminant Research. 2008;76(1–2):149-53.

Vatn S, Hektoen L, Hoyland B, Reiersen A, Kampen AH, Jorgensen HJ. Elimination of severe footrot from the Norwegian sheep population - a progress report. Small Ruminant Research. 2012;106(1):11-3.