Coccidiose

Bij het schaap komen 11 verschillende coccidiën soorten voor, waarvan er maar twee soorten ziekteverwekkend zijn namelijk Eimeria crandallis en Eimeria ovinoidalis. Bij geiten zijn er 9 andere geit-eigen soorten. Daarvan zijn er mogelijk 5 in meer of mindere mate pathogeen. Coccidiën zijn geen wormen maar ééncellige, microscopisch kleine parasitaire protozoën. Bij mestonderzoek van lammeren worden regelmatig coccidiën eieren, de oöcysten, gevonden.

De meeste coccidiose infecties verlopen bij lammeren zonder verschijnselen maar kunnen ook ernstige, soms bloederige diarree veroorzaken. Na het doormaken van een Eimeria infectie ontstaat een soortspecifieke immuniteit bij het lam waardoor oudere dieren geen coccidiose meer krijgen. Deze oudere dieren vertonen dus geen diarree en groeien goed, terwijl ze nog wel veel oöcysten kunnen uitscheiden. Jongere lammeren die nog geen weerstand opgedaan hebben krijgen hierdoor een grote infectiedruk te verwerken. Het zijn dan ook vaak de jonge lammeren die bij een groep oudere lammeren met ooien geplaatst worden die coccidiose krijgen. Problemen met coccidiose worden binnen op stal maar ook buiten in de wei gezien. Regelmatig worden ziekteverschijnselen gezien twee tot drie weken na het naar buiten brengen van de lammeren in combinatie met veel neerslag.

Omgevings- en houderijfactoren bepalen voor een belangrijk deel de ernst en het verloop van de infectie. Van belang zijn onder andere de aanwezigheid van een worminfectie (met name Nematodirus battus), de besmettingsdruk met oöcysten, onjuiste of onvoldoende biestverstrekking, stress door spenen, verplaatsingen of rantsoenwisselingen, slecht weer of te hoge bezettingsgraad in de stal.

Symptomen

Coccidiose komt voor bij lammeren van ongeveer 3 á 4 tot 8 á 12 weken oud. De lammeren hebben diarree, eventueel met bloed gemengd of zwart van kleur, ze persen op de mest en hebben verschijnselen van buikpijn. Ook gebrekkige eetlust, niet willen drinken, sloom en lusteloosheid komen voor. De lammeren kunnen uitdrogen, bloedarmoede hebben en zelfs sterven.

Levenscyclus

De cyclus is vrij ingewikkeld en kent een geslachtelijke en ongeslachtelijke vermeerderingsfase, en vindt zowel in als buiten het schaap plaats. Na opname van ontwikkelde (gesporuleerde) oöcysten via met mest bevuild voer of water, komen in de darm verschillende stadia voor die, afhankelijk van de Eimeria soort meer of minder ernstige verwoesting van het darmslijmvlies veroorzaken. Met de mest uitgescheiden oöcysten zijn zeer resistent en kunnen indien niet blootgesteld aan direct zonlicht of uitdroging, langer dan een jaar overleven.

Eimeria oocystenMestonderzoek

De oöcysten zijn in de mest vrij gemakkelijk te herkennen. Maar op grond van uitsluitend het mestonderzoek mag nooit de diagnose coccidiose worden gesteld en worden behandeld. Lammeren moeten weerstand opbouwen tegen coccidiose en te vaak of te vroeg ingrijpen verhindert dit. Bovendien is het met het vinden van oöcysten nog maar de vraag of het van de gevaarlijke soorten Eimeria crandallis en Eimeria ovinoidalis is. Om deze soorten te kunnen onderscheiden is gespecialiseerd onderzoek nodig.

Vaak is het ook de vraag of de diarree veroorzaakt wordt door coccidiose, door Nematodirus of andere oorzaken. Alleen mestonderzoek in combinatie met klinische ziekteverschijnselen zoals diarree en groeivertraging, leeftijd van de dieren, achtergrondinformatie van het bedrijf en eventueel sectie maakt een definitieve diagnose mogelijk. Ooien kunnen ook coccidiën hebben en oöcysten in de mest uitscheiden maar door de ontwikkelde immuniteit zullen die hier geen problemen van ondervinden.

Preventie

Hygiëne, niet mengen van leeftijdsgroepen lammeren, voorkomen van overbezetting van de stal zijn de belangrijkste preventieve maatregelen. Het routinematig en preventief verstrekken van coccidiosemiddelen aan lammeren is geen goede praktijk.

Behandeling

Een coccidiosebehandeling is altijd een koppelbehandeling. Eventueel kunnen anticoccidiosemiddelen met antibiotica gecombineerd worden in verband met secundaire bacteriële infecties van het ontstoken darmslijmvlies. In Nederland zijn twee middelen beschikbaar voor gebruik bij lammeren: Vecoxan (werkzaam middel diclazuril) en Baycox (werkzaam middel toltrazuril). Schoon drinkwater moet altijd voldoende beschikbaar zijn bij lammeren met diarree.