Tijdelijke regelgeving i.v.m. dierziekten

De tijdelijke regelgeving in verband met dierziekten is opgenomen in de Regeling tijdelijke maatregelen dierziekten.

Q-koorts

Actuele informatie van de overheid:

Rijksoverheid - Dossier Q-koorts

Nederlandse Voedsel en Waren Autoriteit (NVWA) - Dossier Q-koorts

Meldplicht

Houders en dierenartsen zijn wettelijk verplicht om verschijnselen van een besmettelijke dierziekte te melden bij de NVWA. Abortussen is één van de kenmerken van Q-koorts op een geiten- of schapenbedrijf. Daarom moeten geiten- of schapenhouders abortussen melden bij de NVWA. Na melding doet de NVWA onderzoek op het bedrijf. Onderdeel van dit onderzoek is een test op de aanwezigheid van de Q-koortsbacterie.

Adviezen

Hygiëneprotocol: In het 'Hygiëneprotocol voor geiten- en schapenbedrijven met een publieke functie' staan adviezen voor kleinschalige bedrijven zoals kinderboerderijen, zorgboerderijen, dierentuinen, en bedrijven met lammetjesaaidagen. De adviezen zijn bedoeld om de risico's van overdracht van Q-koorts van schapen en geiten naar mensen te beperken. Het hygiëneprotocol heeft betrekking op vaccinatie, aflammerperiode, aankoop en fok, mest en strooisel en algemene hygiëne. Het hygiëneprotocol is te vinden op de website van de Rijksoverheid.

Afgezonderd aflammeren

Schapen en geiten moeten op het moment van aflammeren afgezonderd zijn van het publiek. Als een bedrijf deze mogelijkheid niet heeft, dan moet het aflammeren plaats vinden op een andere locatie zonder publieksfunctie.

Vaccinatieplicht

Er geldt een vaccinatieplicht voor:

  • Melkschapen- en melkgeitenbedrijven met meer dan 50 dieren.
  • Locaties met een publieksfunctie.
    De definitie van een bedrijf met een publieksfunctie is 'Een locatie waar schapen en geiten worden gehouden die is opengesteld voor publiek met het oogmerk om direct contact tussen publiek en dieren te faciliteren'. Hier vallen naast kinderboerderijen, zorgboerderijen, dierentuinen, bedrijven die lammetjesaaidagen organiseren ook bijvoorbeeld campingboeren en zorginstellingen met schapen en geiten onder.
  • Dieren die worden aangevoerd naar een evenement, tentoonstelling of keuring.

Alle overige dieren zoals hobbymatig gehouden schapen, vleesschapen en schapen in natuurgebieden en rondtrekkende kuddes zonder publieksfunctie vallen niet onder de vaccinatieplicht. Vaccinatie is hier vrijwillig.

Uitvoering vaccinatie

  • Vaccinatie van schapen en geiten die onder de vaccinatieplicht vallen moet jaarlijks vóór 1 augustus plaats vinden.
  • Als het dekken eerder plaats vindt, moet 3 weken vóór het dekken gevaccineerd worden.
  • Het bij het vaccin geleverde formulier en de factuur van de dierenarts moeten bewaard worden. De dierenarts en de houder ondertekenen het formulier.
  • Daarnaast moet vaccinatie van ieder dier door middel van een diervlagmelding worden vastgelegd in de I&R Dieren databank van de Dienst Regelingen.
  • Schapen en geiten die voor het eerst gevaccineerd worden, moeten tweemaal worden ingeënt met een tussenpoos van tenminste 3 weken.
  • Dieren die al eerder gevaccineerd zijn, krijgen één herhalingsvaccinatie.
  • Drachtige dieren mogen niet gevaccineerd worden.
  • De vaccinatieplicht geldt niet voor dieren die in hetzelfde jaar worden afgevoerd naar de slacht en dieren jonger dan 3 maanden. Deze niet-gevaccineerde dieren mogen in de tussentijd niet worden ingezet voor de fok.